ECLI:NL:GHAMS:2011:BU1584
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aftrek hypotheekrente 2003-lening voor woningverbetering
Belanghebbende had een geschil met de Belastingdienst over de aftrekbaarheid van de hypotheekrente van een lening uit 2003, die hij stelde te hebben gebruikt voor onderhoud en verbetering van zijn woning. De inspecteur had een deel van de rente niet in aftrek toegelaten omdat hij betwistte dat de lening volledig was aangewend voor deze doeleinden.
De rechtbank had de aanslag van de inspecteur bevestigd en het hoger beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Het Hof heeft de feiten van de rechtbank overgenomen en vastgesteld dat belanghebbende onvoldoende schriftelijk bewijs heeft geleverd dat de lening voor meer dan €56.000 is besteed aan woningverbetering of onderhoud. De overgelegde stukken waren deels onleesbaar en betroffen ook kosten van vóór het aangaan van de lening.
De notariële akte waarin belanghebbende verklaart dat de lening voor verbouwing is aangegaan, volstaat niet als bewijs. Ook het verlies van sommige bescheiden door diefstal leidt niet tot een ander oordeel. Het Hof bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.