ECLI:NL:GHAMS:2011:BU2961
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- J.W. Hoekzema
- D.J. Oranje
- Rechtspraak.nl
Huurprijsverlaging woonruimte en redelijkheid in het licht van EVRM
In deze zaak staat de vraag centraal of de kantonrechter terecht de beslissing van de huurcommissie heeft vernietigd die een huurprijsverlaging toekende voor een woning met een huurovereenkomst uit 1988. Het hof bevestigt dat de wettelijke huurprijsbescherming van toepassing is op deze overeenkomst, omdat deze dateert van vóór 1 juli 1994, en dat de kantonrechter ten onrechte deze bepalingen buiten toepassing heeft gelaten.
De huurcommissie heeft de woning gewaardeerd op 187 punten, wat leidt tot een maximale huurprijsgrens van €796,81 per maand per 1 maart 2004. Na correcties door partijen is het aantal punten vastgesteld op minimaal 199 (maximale huurprijs €849,96) en maximaal 220 punten (maximale huurprijs €942,99). De gevraagde huurverlaging van €1.033,73 naar €761,37 per maand is daarmee slechts gedeeltelijk toewijsbaar.
[Geïntimeerde] voerde aan dat de huurprijsverlaging een onevenredige aantasting van zijn eigendomsrechten volgens artikel 1 Eerste Pro Protocol EVRM inhoudt, maar het hof oordeelt dat hij deze stelling onvoldoende heeft onderbouwd met concrete gegevens over de aankoopprijs en onderhoudskosten van het pand. Het hof benadrukt dat [Geïntimeerde] bij aankoop van het pand de rechten en plichten uit de huurovereenkomst heeft geaccepteerd.
Het hof staat bewijslevering toe over de vraag of de verhuurder een vergoeding heeft verstrekt voor de aanleg van centrale verwarming, hetgeen invloed kan hebben op de puntentoekenning en daarmee op de maximale huurprijs. De beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd en beoordeeld.
Uitkomst: Het hof bevestigt de toepassing van de wettelijke huurprijsbescherming en stelt de maximale huurprijs vast tussen €849,96 en €942,99, met toelating tot bewijslevering over vergoeding centrale verwarming.