ECLI:NL:GHAMS:2011:BP3497
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep huurprijsverlaging woonruimte en toepassing huurprijswetgeving
In deze zaak gaat het om een geschil tussen huurders en verhuurder over de redelijkheid van een huurprijsverlaging van een woonruimte die sinds 1988 wordt gehuurd. De huurders hebben een verzoek tot huurprijsverlaging ingediend bij de huurcommissie, die dit redelijk achtte. De verhuurder verzette zich hiertegen en startte een procedure bij de kantonrechter, die de beslissing van de huurcommissie vernietigde.
Het hof stelt vast dat de kantonrechter onterecht buiten het toepassingsgebied van de huurprijswetgeving is getreden. De huurovereenkomst valt onder de wettelijke regeling van huurprijsbescherming en de verhuurder was bij aankoop van het pand op de hoogte van de lagere huurprijs en de mogelijkheid van huurprijsverlaging.
Het hof overweegt dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens het recht op ongestoord genot van eigendom beschermt, maar dat regulering van huurprijzen in overeenstemming met het algemeen belang is toegestaan. Er is geen sprake van een onevenredige aantasting van de rechten van de verhuurder, mede omdat hij het pand in verhuurde staat heeft gekocht.
Het hof beveelt een nader onderzoek door de huurcommissie naar de kwaliteit van de woning en de redelijke huurprijs en houdt verdere beslissing aan totdat dit onderzoek is afgerond.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en beveelt een nader onderzoek door de huurcommissie naar de redelijke huurprijs van de woning.