ECLI:NL:GHAMS:2011:BU3091
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J.P.M. Haas
- M.J. Leijdekker
- E. van Waaijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zelfstandigenaftrek en vergrijpboete in hoger beroep inkomstenbelasting 2003
Belanghebbende voerde bemiddelingsactiviteiten bij woningverhuur en deed aangifte inkomstenbelasting over 2003 zonder winst uit onderneming en zelfstandigenaftrek op te geven. De inspecteur legde een navorderingsaanslag en vergrijpboete op wegens onjuiste aangifte en vermeende opzet.
De rechtbank vernietigde de aanslag deels en verlaagde de boete, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het Hof stelde vast dat belanghebbende niet voldeed aan het urencriterium voor zelfstandigenaftrek, omdat hij geen bewijs leverde van minimaal 1225 gewerkte uren. Daarom werd de zelfstandigenaftrek terecht geweigerd.
Ten aanzien van de boete oordeelde het Hof dat belanghebbende opzet had, ook indien hij de aangifte door een derde had laten doen die een fictief dienstverband creëerde om zwart geld wit te wassen. De boetegrondslag moest echter worden beperkt tot het bedrag van de navorderingsaanslag verminderd met de zelfstandigenaftrek en gerelateerde aftrekposten. De boete werd vastgesteld op 23,75% van deze lagere grondslag.
Het Hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep en bepaalde dat belanghebbende het griffierecht vergoed krijgt. De uitspraak bevestigt het belang van bewijs voor het urencriterium en nuanceert de toepassing van boetes bij fiscale opzet.
Uitkomst: De zelfstandigenaftrek wordt geweigerd en de vergrijpboete wordt verminderd door toepassing van een lagere boetegrondslag.