ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6400
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing provisionele vordering in letselschadezaak na verkeersongeval
Op 17 mei 1999 vond een verkeersongeval plaats waarbij appellant als motorrijder letsel opliep. AXA, de verzekeraar van de tegenpartij, erkende aansprakelijkheid en betaalde tot op heden voorschotten van €111.500. Appellant vorderde in de hoofdzaak een schadevergoeding van €608.972 wegens verlies aan arbeidsvermogen.
De rechtbank stelde vast dat appellant voor het ongeval als zelfstandige graficus werkte en dat de omvang van de schade moest worden vastgesteld door vergelijking van de inkomenssituatie na het ongeval met een hypothetische situatie zonder ongeval. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende inzicht was gegeven in de inkomsten en uitgaven van appellant en wees de provisionele vordering tot een voorschot van €50.000 af.
In hoger beroep heeft appellant onvoldoende aanvullende informatie verstrekt over zijn werkzaamheden voor het ongeval en zijn inkomsten na het ongeval. Het hof oordeelde dat de onzekerheid over de uitkomst van de hoofdzaak te groot is om vooruit te lopen op een nieuw voorschot. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van de provisionele vordering tot betaling van een voorschot en veroordeelt appellant in de proceskosten.