ECLI:NL:GHAMS:2011:BV0071
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag bijtelling privégebruik auto wegens onvoldoende bewijs rittenregistratie
Belanghebbende, werknemer bij een levensmiddelengroothandel, kreeg een Saab ter beschikking gesteld met een cataloguswaarde van €49.249. Hij had een verklaring geen privégebruik auto, maar de Belastingdienst legde een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen (LB/PVV) op wegens vermoedelijk privégebruik boven 500 kilometer in 2007.
Belanghebbende voerde aan dat hij minder dan 500 kilometer privé had gereden en overhandigde rittenregistraties en verklaringen van zijn werkgever. De rittenregistraties bleken echter onvolledig en onnauwkeurig: begin- en eindstanden van de kilometerteller ontbraken, privéritten waren niet altijd geregistreerd, en er waren verkeersovertredingen op dagen zonder geregistreerde ritten.
De rechtbank oordeelde dat de rittenregistratie onvoldoende betrouwbaar was en handhaafde de naheffingsaanslag, maar vernietigde de boete. In hoger beroep bevestigde het Hof dit oordeel en stelde dat belanghebbende niet overtuigend had aangetoond dat het privégebruik onder de 500 kilometer bleef. Het Hof wees op het ontbreken van sluitend bewijs, zoals correcte kilometerstanden en volledige rittenregistraties.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting wegens onvoldoende bewijs dat het privégebruik van de auto minder dan 500 kilometer bedroeg.