ECLI:NL:GHAMS:2011:BV3250
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen volledige heffing griffierecht wegens vertrouwensbescherming
Verzoekers maakten bezwaar tegen de volledige heffing van griffierecht en stelden dat zij op basis van een mededeling in het roljournaal van het hof mochten vertrouwen dat het griffierecht definitief was vastgesteld. Zij hadden een kopie van de definitieve toevoeging overgelegd die op 1 juni 2010 was afgegeven. De zaak was op 10 mei 2011 geroyeerd.
Uit het dossier bleek dat tijdig een aanvraag voor toevoeging was gedaan en dat de definitieve toevoeging op 1 juni 2010 was afgegeven. Op 12 mei 2011 stond in het roljournaal vermeld dat het griffierecht definitief in debet was gesteld, hoewel de toevoeging toen nog niet in het dossier van het hof aanwezig was. Het hof kon niet achterhalen hoe deze vermelding in het roljournaal was gekomen.
Het hof oordeelde dat verzoekers op grond van de mededeling in het roljournaal mochten vertrouwen dat geen aanvullende heffing van griffierecht zou plaatsvinden. Dit vertrouwen werd versterkt door de memorie van antwoord van 14 september 2010 waarin de definitieve toevoeging was vermeld. Daarom verklaarde het hof het verzet gegrond en gelastte het de griffier het griffierecht voor drievierde deel in debet te stellen.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet gegrond en gelast de griffier het griffierecht voor drievierde deel in debet te stellen.