ECLI:NL:GHAMS:2011:BW7810
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing tenuitvoerlegging vonnis wegens ontbreken misbruik executiebevoegdheid
In deze civiele zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen een vonnis waarbij hij werd veroordeeld tot betaling van €50.000 aan geïntimeerden. Het vonnis was uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Appellant verzocht incidenteel om schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis, stellende dat het vonnis op evidente juridische misslagen berust en dat tenuitvoerlegging zou leiden tot een noodtoestand vanwege een hoge restschuld bij executoriale verkoop van zijn woningen.
Het hof overwoog dat schorsing van tenuitvoerlegging slechts mogelijk is indien sprake is van misbruik van executiebevoegdheid, bijvoorbeeld wanneer het vonnis klaarblijkelijk op juridische of feitelijke misslagen berust of wanneer na het vonnis feiten aan het licht komen die een noodtoestand veroorzaken. Appellant heeft echter onvoldoende concreet en onderbouwd gesteld dat het vonnis op evidente misslagen berust of dat de tenuitvoerlegging een noodtoestand zal veroorzaken.
Geïntimeerden voerden aan dat de kans van slagen van het rechtsmiddel buiten beschouwing moet blijven en dat appellant geen alternatieven heeft geboden. Het hof oordeelde dat het belang van geïntimeerden bij tenuitvoerlegging rechtens te respecteren is en wees het verzoek tot schorsing en het verbod op executie van de woningen af. Appellant werd als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het incident veroordeeld.
De hoofdzaak werd verwezen naar de rol voor memorie van antwoord van geïntimeerden, waarbij verdere beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis af wegens ontbreken van misbruik van executiebevoegdheid.