ECLI:NL:GHAMS:2011:BX7682
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindigingsvergoeding en fiscale vrijwaring tussen werknemer en werkgever
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Cargill door betaling van €73.015 netto had voldaan aan haar verplichting tot betaling van een bruto beëindigingsvergoeding van €136.915 aan de werknemer, voortvloeiend uit een vaststellingsovereenkomst. Het hof oordeelde dat dit niet het geval was, mede omdat de overeengekomen bruto vergoeding niet was voldaan en de fiscale regeling (hypotax) niet van toepassing was op de beëindigingsvergoeding.
Het hof stelde vast dat de netto betaling gebaseerd was op de fiscale regelgeving die voor partijen gold, maar dat de werknemer recht had op een aanvullend netto bedrag van €34.518. Tevens werd een bedrag van €2.325 exclusief btw aan buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. De eiswijziging van de werknemer voor vergoeding van juridische en fiscale kosten werd afgewezen wegens niet-toelaatbaarheid.
Verder werd Cargill veroordeeld om binnen 14 dagen een schriftelijke vrijwaring af te geven voor eventuele belastingaanslagen, boetes of rente die de werknemer in Nederland of Roemenië zou kunnen krijgen in verband met de beëindigingsvergoeding. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf 13 juni 2008. De overige vorderingen van de werknemer werden afgewezen en Cargill werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Cargill moet €34.518 netto betalen en een schriftelijke vrijwaring afgeven voor fiscale claims.