ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9207
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Automatiseringsactiviteiten vormen geen bron van inkomen voor inkomstenbelasting
Belanghebbende startte in 2001 met automatiseringsactiviteiten en behaalde in de jaren 2001 tot en met 2009 telkens negatieve resultaten. De inspecteur corrigeerde de winst in de aanslag inkomstenbelasting 2006 omdat volgens hem geen sprake was van een bron van inkomen. Belanghebbende voerde aan dat hij met unieke anti-virussoftware in de toekomst winst verwachtte en beriep zich op het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de activiteiten onvoldoende objectieve voordeelsverwachting boden en dus geen bron van inkomen vormden. Het Gerechtshof onderschreef dit oordeel en stelde dat belanghebbende onvoldoende concrete feiten aanvoerde om het tegendeel te bewijzen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de door belanghebbende genoemde vergelijkbare gevallen wezenlijk verschilden.
Ten aanzien van het vertrouwensbeginsel oordeelde het Hof dat het controlerapport uit 2006 geen vertrouwen schept dat sprake was van een bron van inkomen. Belanghebbendes procesrechtelijke klachten werden inhoudelijk niet gehonoreerd omdat hij geen schending van een behoorlijke procesvoering aannemelijk maakte en zelf wenste dat het hoger beroep inhoudelijk werd behandeld.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep ongegrond. De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 8 maart 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.