ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9885
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen belastingaanslagen en boetebeschikkingen met compromis over buitenlands vermogen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen meerdere belastingaanslagen en boetebeschikkingen over de jaren 2001 tot en met 2004, waaronder navorderingsaanslagen IB/PVV en Zfw. De rechtbank verklaarde belanghebbende niet-ontvankelijk in haar beroep voor diverse aanslagen en boetes, maar wees het beroep op andere punten ongegrond.
In hoger beroep vernietigde het Hof de uitspraak van de rechtbank voor zover deze niet-ontvankelijkheid had vastgesteld voor de heffingsrentebeschikking bij de aanslag IB/PVV 2003, omdat het bezwaar ook daarop betrekking had. Tijdens de zitting bereikten partijen een compromis waarbij navorderingsaanslagen en boetes werden vernietigd en aanslagen vanaf 2003 werden verminderd door bedragen gerelateerd aan banktegoeden in Duitsland en Luxemburg uit te sluiten.
Het Hof bevestigde de niet-ontvankelijkheid van beroepen tegen navorderingsaanslagen 2001 en 2002 en Zfw 2002, en vernietigde de aanslag IB/PVV 2003 en bijbehorende boete- en heffingsrentebeschikkingen. De aanslag werd verminderd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van €4.433 en uit sparen en beleggen van €9.419. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken vanwege het compromis.
Uitkomst: Het hof vernietigt en vermindert de aanslag IB/PVV 2003 en bijbehorende boete- en heffingsrentebeschikkingen na compromis, en bevestigt niet-ontvankelijkheid voor andere aanslagen.