ECLI:NL:HR:1997:AA2158
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen navordering bij ambtelijk verzuim zonder kwade trouw belastingplichtige
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was sinds 1 januari 1988 zelfstandig belastingplichtig na beëindiging van een fiscale eenheid. Door een administratieve fout bij de Belastingdienst werd deze wijziging niet verwerkt, waardoor geen aanslagen en aangiftebiljetten werden toegezonden voor 1988, 1989 en 1990.
Na herhaald verzoek van belanghebbende werden de aangiftebiljetten voor 1988 en 1989 pas in 1991 toegezonden en ingevuld terugontvangen. Over 1988 werd een aanslag opgelegd, maar over 1989 niet vanwege het verstrijken van de driejaarstermijn. Voor 1990 werd geen aanslag opgelegd, hoewel de inspecteur beschikte over gegevens die een primitieve aanslag mogelijk maakten. Pas in 1994 ontdekte de inspecteur dit verzuim en legde een navorderingsaanslag op.
Het Hof oordeelde dat het nalaten van de inspecteur als ambtelijk verzuim moest worden gezien en dat belanghebbende niet te kwader trouw was, zodat navordering niet gerechtvaardigd was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel, overwegende dat de niet-ingang van de aanslag niet aan het opzet van belanghebbende was toe te schrijven en dat het middel van de Staatssecretaris faalde. Tevens werd het cassatieberoep verworpen en de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de navorderingsaanslag vernietigd wegens ambtelijk verzuim zonder kwade trouw van belanghebbende.