ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4786
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing schadevergoeding wegens gebreken aan woonhuis ondanks ontbinding koopovereenkomst
In deze civiele procedure staat de aansprakelijkheid van de verkoper ([appellant]) jegens de kopers ([geïntimeerden]) centraal vanwege gebreken aan een gekocht woonhuis. De koopovereenkomst dateert van november 2003, waarbij de woning in december 2003 werd geleverd. Later werden ernstige gebreken aan de kapconstructie, dakkapel en kelder geconstateerd, die het normale gebruik als woonhuis belemmeren.
De verkoper betwistte zijn aansprakelijkheid en voerde onder meer aan dat de gebreken kenbaar waren voor de kopers en dat de koopovereenkomst inmiddels ontbonden was in een andere procedure. Het hof oordeelde dat ontbinding nog niet onherroepelijk was en dat dit de toewijzing van herstelkosten in deze zaak niet in de weg stond. Tevens werd bevestigd dat de verkoper een garantie geeft voor de afwezigheid van niet-kenbare gebreken die het normale gebruik belemmeren.
Deskundigenonderzoek toonde aan dat de gebreken niet zichtbaar of vermoedbaar waren voor de kopers, mede omdat constructieve wijzigingen waren weggewerkt achter betimmering. De kopers mochten de woning verbouwen en de ingrijpende verbouwing werd als normaal gebruik aangemerkt. De schadevergoeding omvatte herstelkosten en dubbele woonlasten. Het hof verwierp vrijwel alle grieven van de verkoper, bekrachtigde eerdere vonnissen en wees hem in de proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van de garantie in de NVM-koopakte en bevestigt dat verkopers aansprakelijk zijn voor verborgen gebreken die het woongebruik belemmeren, ook als de koopovereenkomst later wordt ontbonden.
Uitkomst: Het hof wijst schadevergoeding toe wegens niet-kenbare gebreken aan de woning en bekrachtigt eerdere vonnissen, met uitzondering van een beperkte matiging van een schadepost.