ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4972
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overgang van onderneming bij heraanbesteding schoonmaakwerkzaamheden luchthaven
Belanghebbende voerde schoonmaakwerkzaamheden uit voor verschillende opdrachtgevers op een luchthaven. In 2002 werden werkzaamheden voor een deel van de vloot overgenomen door een andere partij, waarbij een deel van het personeel werd overgenomen. De inspecteur stelde dat sprake was van een overgang van onderneming, waardoor de pemba-premie verhoogd werd. Belanghebbende betwistte dit.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en stelde de premie op nihil vast. De inspecteur ging in hoger beroep en stelde dat sprake was van een overgang van een economische eenheid die haar identiteit behoudt, zoals bedoeld in artikel 7:662 BW Pro. Het Hof overwoog uitgebreid de criteria van het Hof van Justitie EU en de Nederlandse jurisprudentie, waarbij het behoud van identiteit van de economische eenheid centraal staat.
Het Hof concludeerde dat de werkzaamheden bij belanghebbende niet als een duurzame economische eenheid met behoud van identiteit konden worden aangemerkt. De werkzaamheden werden door een grote pool werknemers uitgevoerd, die willekeurig werden ingezet op verschillende projecten. Er was geen sprake van een georganiseerd geheel dat haar identiteit behield na de overname. Ook het overnemen van een deel van het personeel was onvoldoende om van een overgang te spreken.
Het Hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. De gedifferentieerde premie werd niet verhoogd wegens het ontbreken van een overgang van onderneming.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.