ECLI:NL:HR:2007:BA3039
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Uitleg CAO-bepaling bij contractswisseling na heraanbesteding in schoonmaakbranche
ISS was tot 2 december 2002 verantwoordelijk voor schoonmaak- en andere werkzaamheden op Schiphol voor verschillende luchtvaartmaatschappijen. Na beëindiging van haar activiteiten werden de contracten herverdeeld onder andere schoonmaakbedrijven, waaronder Lavos. ISS vorderde schadevergoeding omdat Lavos volgens haar de contractswisseling niet correct had uitgevoerd door niet alle werknemers een arbeidsovereenkomst aan te bieden.
De rechtbank en het hof wezen de vordering af, waarbij het hof oordeelde dat heraanbesteding in de zin van de CAO alleen van toepassing is als dezelfde opdrachtgever het project opnieuw aanbestede. Northwest, die de opdracht aan Lavos gaf, werd niet als opdrachtgever van ISS beschouwd, zodat de CAO-bepaling niet van toepassing was.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en verwierp het cassatieberoep van ISS. De Hoge Raad benadrukte dat hoewel de uitleg onaannemelijke gevolgen kan hebben, dit niet leidt tot een andere interpretatie van de CAO. Misbruik van de bepaling kan worden tegengegaan via andere rechtsmiddelen. De strekking van de CAO is om werknemers te beschermen bij contractswisselingen door dezelfde opdrachtgever, maar dit gaat niet zover dat ook opdrachten van gelieerde ondernemingen onder de regeling vallen.
De Hoge Raad veroordeelde ISS in de kosten van het geding en bevestigde daarmee het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat Lavos niet verplicht was alle werknemers van ISS over te nemen na contractswisseling.