ECLI:NL:GHAMS:2012:BX1529
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek onderhoudsverplichtingen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven in 2006
Belanghebbende was in 2006 gehuwd en woonde enige tijd met zijn echtgenote in het buitenland, maar zij kon vanwege het ontbreken van een verblijfsvergunning niet met hem naar Nederland komen. Belanghebbende bracht een bedrag van € 8.760 in aftrek als onderhoudsverplichting, wat door de inspecteur werd betwist en door de rechtbank ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep stond centraal of sprake was van duurzaam gescheiden leven, een vereiste voor aftrek van onderhoudsverplichtingen volgens artikel 6.3 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001. Het hof oordeelde dat het korte samenwonen in het buitenland wel als echtelijke samenleving moet worden gezien en dat de verbreking van de samenleving niet duurzaam was, omdat deze veroorzaakt werd door het ontbreken van een verblijfsvergunning en niet door een bewuste en bestendige verbreking van de samenleving.
De bedoeling van belanghebbende en zijn echtgenote om samen te leven werd bevestigd door hun pogingen tot emigratie, visumaanvragen en inburgeringscursus. Het hof concludeerde dat er geen grond was voor aftrek van onderhoudsverplichtingen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Kosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat er in 2006 geen sprake was van duurzaam gescheiden leven en wijst de aftrek van onderhoudsverplichtingen af.