ECLI:NL:GHAMS:2012:BX1539
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake belastbaar inkomen en onttrekkingen belanghebbende
Het geschil betreft de vaststelling van het belastbaar inkomen van belanghebbende over het jaar 2002, waarbij de inspecteur stelde dat belanghebbende aanzienlijke onttrekkingen had gedaan uit [B BV] en dat [C] als strovrouw fungeerde. De rechtbank had eerder de aanslag verminderd en de inspecteur ging hiertegen in hoger beroep.
Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het Gerechtshof Amsterdam het bewijs opnieuw beoordeeld. Uit verklaringen van betrokkenen en het boekenonderzoek bleek dat belanghebbende contante opnamen deed en privé-uitgaven via [B BV] liet lopen. Echter, het hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende cijfermatige onderbouwing en bewijs had geleverd dat deze onttrekkingen daadwerkelijk winstuitdelingen vormden.
Het hof verwierp ook het standpunt dat belanghebbende resultaat uit overige werkzaamheden had genoten. De inspecteur kon niet aantonen dat de rekening-courantschuld niet zou worden terugbetaald of dat de kostenposten onzakelijk waren geboekt. Het hof concludeerde dat de inspecteur niet geslaagd was in zijn bewijs en bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank.
De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en griffierecht geheven. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de inspecteur af wegens onvoldoende bewijs van onttrekkingen.