ECLI:NL:GHAMS:2012:BX1552
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake herzieningsomzetbelasting bij overgang onroerend goed
Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit meerdere BV's, verkreeg op 12 december 2007 de eigendom van een onroerend goed dat eerder door de verkoper was gekocht met volledige aftrek van omzetbelasting. Na de overdracht ontstond discussie over de toepassing van de herzieningsregels van de omzetbelasting over het boekjaar 2007.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag op voor de herzieningsomzetbelasting over het gehele jaar 2007, terwijl belanghebbende slechts de herzieningsbelasting over de periode van 12 tot en met 31 december 2007 had aangegeven en betaald. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat de herzieningsbelasting over het hele boekjaar door de overnemer moet worden voldaan.
In hoger beroep bevestigt het Hof dit oordeel en verwijst naar de wetsgeschiedenis van artikel 31 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968. Het Hof benadrukt dat de herziening niet verdeeld kan worden tussen overdrager en overnemer en dat de overnemer in de plaats treedt van de overdrager voor het gehele boekjaar. Het Hof wijst ook op het belang van tijdige informatie-uitwisseling tussen partijen.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de herzieningsomzetbelasting over het gehele boekjaar door de overnemer moet worden voldaan.