ECLI:NL:GHAMS:2012:BX2320
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting en boete wegens onjuiste aftrek verleggingsregeling
Belanghebbende, bestaande uit X1 B.V., X2 B.V. en A., exploiteert een schoonmaakbedrijf en voerde werkzaamheden uit in de bouwsector. Tijdens een boekenonderzoek werden facturen van B aangetroffen, een onderneming die ambtshalve was doorgehaald bij de Kamer van Koophandel en waarvan de eigenaar was geëmigreerd. B bracht ten onrechte omzetbelasting in rekening, terwijl de verleggingsregeling van toepassing was.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag van €54.859 op aan belanghebbende, vermeerderd met een boete van 25% wegens grove schuld. Belanghebbende voerde aan dat de naheffing onterecht was omdat de inspecteur eerst bij B had moeten naheffen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigt dit oordeel.
Het hof oordeelt dat de inspecteur niet verplicht was eerst bij B naheffing te verrichten, omdat naheffing bij B waarschijnlijk geen effect zou hebben. Belanghebbende had onvoldoende zorgvuldigheid betracht door facturen met omzetbelasting te accepteren zonder geldig btw-nummer, terwijl zij bekend was met de verleggingsregeling. De boete is passend en de overschrijding van de redelijke termijn wordt aan belanghebbende toegerekend.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag en boete wegens onjuiste aftrek omzetbelasting en onvoldoende zorgvuldigheid van belanghebbende.