ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3115
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goed vertrouwen en inzicht
Appellant X, een voormalig zelfstandig ondernemer met een kermisbedrijf sinds 1980, verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank had dit verzoek afgewezen op grond van het ontbreken van goed vertrouwen ten aanzien van zijn belastingschulden bij de Belastingdienst. X stelde dat zijn schulden voornamelijk voortkwamen uit fouten van zijn boekhouder, die hij niet meer kon betalen, waardoor hij geen inzicht had in zijn administratie.
In hoger beroep heeft het hof overwogen dat X als ondernemer zelf verantwoordelijk was voor het doen van belastingaangiften en -afdrachten, ongeacht het inschakelen van een boekhouder. X heeft onvoldoende concrete informatie verstrekt over het ontstaan van de schulden en zijn financiële situatie in de relevante periode. Het feit dat zijn administratie bij de boekhouder zou liggen, maakt dit niet aannemelijk. Ook heeft X nagelaten zijn boekhouder te betalen zodat diens werk correct kon worden uitgevoerd.
Hoewel X inmiddels een woning heeft en zijn financiën door een gemeentelijke instelling worden beheerd, is onvoldoende aannemelijk dat hij de omstandigheden die tot het ontstaan van zijn schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen. Er is geen bewijs dat hij overleg heeft gevoerd met de fiscus of zijn boekhouder om de schulden te verifiëren of af te wikkelen. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Het hof wijst erop dat X de mogelijkheid heeft om een nieuw verzoek in te dienen indien hij meer inzicht kan verschaffen in zijn financiële situatie en het ontstaan van de schulden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijk maken van goed vertrouwen en inzicht in schulden.