ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3117
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toelating schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw handelen bij kinderopvangtoeslag en schulden
Appellanten X en Y hebben in hoger beroep verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, nadat de rechtbank hun verzoek had afgewezen wegens niet te goeder trouw handelen. De schulden van appellanten houden verband met een onderneming van een familielid en een schuld wegens onrechtmatig ontvangen kinderopvangtoeslag.
Het hof overweegt dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij te goeder trouw waren bij het ontstaan en onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Met name het gebruik van kinderopvangtoeslag voor andere doeleinden dan waarvoor deze bestemd was, en het niet tijdig stopzetten van de toeslag, leidt tot het oordeel dat zij niet te goeder trouw waren.
Verder is onvoldoende gebleken dat appellanten de oorzaken van hun onverantwoord financieel gedrag onder controle hebben gekregen, zodat herhaling niet te verwachten is. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens niet te goeder trouw handelen.