ECLI:NL:GHAMS:2012:BX6104
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergrijpboete navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2002 na verwijzing Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of terecht een vergrijpboete was opgelegd aan belanghebbende in verband met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2002. Na eerdere procedures bij de rechtbank en het gerechtshof te ’s-Gravenhage, waarbij de boete was vastgesteld en gematigd, heeft de Hoge Raad het geschil terugverwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
Tijdens de zitting op 6 juni 2012 verklaarde de inspecteur uitdrukkelijk dat de vergrijpboete dient te vervallen en verzocht het hof de boete te vernietigen. Belanghebbende had geen verdere verweren ingebracht en was sinds januari 2012 geëmigreerd naar België, waardoor correspondentie moeizaam verliep.
Het hof oordeelde dat er geen resterend geschil meer was omtrent de boete en volgde het standpunt van de inspecteur. De uitspraak op bezwaar inzake de boetebeschikking en de boetebeschikking zelf werden vernietigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken omdat er geen kosten waren gemaakt in de verwijzingsprocedure. De uitspraak werd op 12 juli 2012 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De vergrijpboete opgelegd bij de navorderingsaanslag IB/PVV 2002 wordt vernietigd.