ECLI:NL:GHAMS:2012:BX7070
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek fiscaal verlies lening aan failliete vennootschap in inkomstenbelasting 2006
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat hij voor het jaar 2006 een fiscaal verlies van €240.503 kon aftrekken als afboeking van een restant van een in 2000 verstrekte lening aan zijn vennootschap [XE]. De inspecteur en rechtbank wezen deze aftrek af omdat zij aannamen dat de lening al volledig was afgelost voor het faillissement van de vennootschap.
Het Hof onderzocht de stukken, waaronder notariële akten, bankafschriften en faillissementsverslagen. Hoewel belanghebbende aannemelijk maakte dat de lening was verstrekt, kon hij niet overtuigend aantonen dat er per 1 januari 2006 nog een openstaande vordering bestond. De curator had de vordering niet erkend en deze ontbrak in faillissementsverslagen en belastingaangiften vanaf 2003.
Belanghebbende kon niet aantonen hoe aflossingen hadden plaatsgevonden, noch dat deze niet vóór 2006 waren voldaan. De mogelijkheid van boetevrije tussentijdse aflossingen en het faillissement maakten het aannemelijk dat de lening volledig was afgelost. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat onvoldoende vertrouwen was gewekt dat de aftrek gerechtvaardigd was.
Daarom verklaarde het Hof het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2006 blijft ongewijzigd.