ECLI:NL:GHAMS:2012:BX9639
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op milieu-investeringsaftrek voor hydrotray-dragers bij bollenbroei
Belanghebbende, mede-eigenaar van een bloembollenbedrijf, investeerde in 2003 in hydrotrays en hydrotray-dragers voor het broeien van tulpenbollen op water. Hij claimde milieu-investeringsaftrek (MIA) voor beide investeringen. De inspecteur accepteerde de MIA voor de hydrotrays, maar weigerde deze voor de hydrotray-dragers. De rechtbank gaf aanvankelijk belanghebbende gelijk, maar het hof vernietigt deze uitspraak.
Het hof stelt vast dat de hydrotray-dragers niet als 'containers voor bollenbroei op water' kwalificeren volgens de Milieulijst 2003, omdat het broeiproces plaatsvindt in de hydrotrays zelf. De dragers zijn niet technisch noodzakelijk en hebben ook een logistieke functie, zoals het vervoer van tulpenbollen, waardoor zij niet uitsluitend dienstbaar zijn aan het broeiproces.
Belanghebbende voerde aan dat de dragers onderdeel zijn van een geïntegreerd broeisysteem en technisch noodzakelijk zijn, maar het hof acht dit onvoldoende. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat een vergelijkbare investering in 2006 onder een andere regeling viel. Het hof verklaart de hoger beroepen van de inspecteur gegrond en vernietigt het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep van belanghebbende af en vernietigt het vonnis van de rechtbank; hydrotray-dragers komen niet in aanmerking voor MIA.