ECLI:NL:GHAMS:2012:BX9755
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bewijsopdracht en dwaling in advocaat-salarisgeschil
In deze civiele zaak stond een geschil tussen een cliënt en haar advocaat centraal over de betaling van advocatendiensten en een beroep op dwaling. Het hof oordeelde dat de cliënt niet in haar bewijsopdracht was geslaagd om aan te tonen dat de advocaat haar had meegedeeld dat zij vanwege haar inkomen geen recht had op gefinancierde rechtshulp. De getuigenverklaringen van de advocaat en een andere getuige werden geloofwaardiger geacht dan die van de cliënt.
Hierdoor werd het beroep op dwaling verworpen en werd de cliënt veroordeeld tot betaling van de door de advocaat verrichte werkzaamheden. De cliënt stelde wel dat de declaraties te hoog waren, maar het hof wees erop dat de omvang van het advocatensalaris volgens de Wet tarieven in burgerlijke zaken (WTBZ) door de Raad van Toezicht moet worden begroot, waarna de rechter eventueel kan vaststellen.
Het hof besloot de zaak aan te houden om de begroting door de Raad van Toezicht te laten plaatsvinden en de uitkomst daarvan in het geding te brengen, waarna partijen nog kunnen reageren. Elke verdere beslissing werd aangehouden. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en op 25 september 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep op dwaling werd verworpen en de cliënt moet het advocatensalaris betalen, met aanhouding voor begrotingsgeschil volgens de WTBZ.