ECLI:NL:GHAMS:2012:BY5608
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.J.M. Smit
- S.F. Schütz
- C. Uriot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vorderingen tot aanpassing memorie van grieven wegens vermeende strijd met art. 30 WPE 2008
In deze civiele procedure in hoger beroep heeft de Staat der Nederlanden en Ageas incidenteel gevorderd dat de memorie van grieven van FortisEffect zou worden aangepast vanwege vermeende strijd met artikel 30 van Pro de Wet op de parlementaire enquête 2008 (WPE 2008). FortisEffect c.s. verweerde zich tegen deze vorderingen en stelde dat de Staat c.s. geen belang had en misbruik van recht maakte.
Het hof oordeelde dat de formele verweren van FortisEffect c.s. ongegrond waren en dat de Staat c.s. ontvankelijk waren in hun incidentele vorderingen. Echter, inhoudelijk wees het hof de vorderingen af omdat het aan de rechter in de hoofdzaak is om te bepalen of en welke consequenties verbonden worden aan het gebruik van verklaringen die onder art. 30 WPE Pro 2008 vallen. Bovendien is de rechter niet bevoegd om een procespartij instructies te geven over de inhoud van haar processtukken.
Het hof besloot dat eerst en vooraf in het incident moest worden beslist over de vorderingen, maar dat de vorderingen zelf te algemeen en onbepaald waren en praktische controle daarop onmogelijk was. Het hof verwees de zaak naar de rol voor het nemen van memories van antwoord door de Staat c.s. in de hoofdzaak en stelde tussentijds beroep in cassatie open.
De kosten van het incident werden aan de zijde van FortisEffect c.s. begroot op €1.788,= en de Staat c.s. werden bij het eindarrest in de hoofdzaak in de kosten van het incident verwezen.
Uitkomst: De incidentele vorderingen tot aanpassing van de memorie van grieven worden afgewezen en de hoofdzaak wordt verwezen voor verdere behandeling.