ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ5469

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 september 2012
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
200.036.288-01 NOT
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 107 lid 2 Wna
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot herziening in notarieel tuchtrecht

In deze civiele zaak bij het Gerechtshof Amsterdam verzochten klagers om herziening van een eerder onherroepelijk geworden beslissing van het hof van 31 augustus 2010, waarin klachten tegen notarissen ongegrond waren verklaard. Het verzoek tot herziening werd ingediend op grond van vermeende onjuiste feitelijke uitgangspunten en onjuiste weergave van klachten door de kamer en het hof.

Het hof overwoog dat de Wet op het notarisambt geen expliciete bepalingen kent voor herziening van onherroepelijke tuchtrechtelijke beslissingen, maar dat de jurisprudentie herziening in bijzondere gevallen toelaat mits aan cumulatieve voorwaarden wordt voldaan: nieuwe feiten of omstandigheden die voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

De door klagers aangevoerde feiten en omstandigheden voldeden niet aan deze strenge criteria. Het hof concludeerde dat het verzoek niet ontvankelijk was omdat geen nieuwe feiten waren aangevoerd die herziening konden rechtvaardigen. Derhalve werd het verzoek afgewezen en klagers niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Klagers werden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot herziening van de onherroepelijke tuchtrechtelijke beslissing.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
NOTARIS- EN GERECHTSDEURWAARDERSKAMER
Bij vervroeging.
Beslissing van 25 september 2012 in de zaak van:
1. [ KLAAGSTER 1],
2. [ KLAGER 2],
beiden wonende te [ woonplaats ],
APPELLANTEN,
t e g e n
1. [ NOTARIS 1 ],
oud-notaris te [ plaats ],
2. [ NOTARIS 2 ],
oud-notaris te [ plaats ],
3. [ NOTARIS 3 ],
notaris te [ plaats ],
GEÏNTIMEERDEN.
1. Procesgang
1.1. Bij beslissing van 31 augustus 2010 onder rekestnummer 200.036.288/01 NOT heeft het hof de beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Rotterdam, verder te noemen de kamer, van 28 mei 2009, waarbij klachten van appellanten – nader te noemen klagers – tegen geïntimeerden – nader te noemen de notarissen – ongegrond zijn verklaard, bekrachtigd.
1.2. Per faxbericht van 13 januari 2012 hebben klagers aan dit hof een verzoek gericht strekkende tot "correctie" van bovengenoemde beslissing.
1.3. Op 19 juni 2012 is van de zijde van de notarissen een brief ingekomen, strekkende tot afwijzing van het verzoek.
1.4. Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 30 augustus 2012. Verschenen zijn klaagster sub 1 en de notarissen. Allen hebben het woord gevoerd, klaagster sub 1 aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnotitie. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling is door klagers bij brief ingekomen op 20 augustus 2012 nog een aantal producties in het geding gebracht.
2. Ontvankelijkheid van het verzoek
2.1. Het verzoek strekt kennelijk tot herziening van de beslissing van 31 augustus 2010. Het hof dient allereerst de vraag te beantwoorden of dit verzoek ontvankelijk is.
2.2. De Wet op het notarisambt (verder Wna) kent geen bepalingen op grond waarvan herziening van een ingevolge deze wet door de tuchtrechter gegeven onherroepelijke beslissing kan worden verzocht.
Naar vaste jurisprudentie (zie - onder meer - de beslissing van dit hof van 21 februari 2012, LJN: BV6394) acht het hof herziening in het notarieel tuchtrecht niettemin in bijzondere gevallen toelaatbaar, met inachtneming van het navolgende.
2.3. De notariële tuchtrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden beslissing herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij verzoeker vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. ingeval zij bij de tuchtrechter vóór de uitspraak bekend zouden zijn geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Deze vereisten zijn cumulatief.
2.4. Daarnaast geldt dat de beslissing in kracht van gewijsde moet zijn gegaan en voorts dat het verzoek tot herziening dient te worden gedaan binnen een redelijke termijn na het bekend worden bij verzoeker van de (nieuwe) feiten of omstandigheden, terwijl het verzoek eveneens zal moeten voldoen aan het bepaalde in artikel 107 lid 2 Wna Pro.
2.5. Klagers leggen - kort gezegd - aan hun herzieningsverzoek ten grondslag dat de kamer en - in navolging daarvan - dit hof:
- van onjuiste feiten zijn uitgegaan;
- de klachten onjuist hebben weergegeven.
Klagers betogen dat zij de indruk hebben dat het hof de stukken die zij hebben ingediend ter gelegenheid van het hoger beroep niet (goed) heeft gelezen.
2.6. Wat er van het door klagers naar voren gebrachte zij, het betreft geen feiten en omstandigheden op grond waarvan een beslissing kan worden herzien. Dit leidt ertoe dat klagers niet kunnen worden ontvangen in hun verzoek.
3. De beslissing
Het hof:
- verklaart klagers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot herziening van de beslissing van dit hof van 31 augustus 2010.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, A.M.A. Verscheure en
G.C.C. Lewin en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 25 september 2012 door de rolraadsheer.