Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
De naheffingsaanslagen en beschikkingen zijn ten name gesteld van [A B.V.] Het totaalbedrag van de aansprakelijkstelling is € 59.134.
2.Feiten
het Hof begrijpt:belastingschuldige, vertegenwoordigd door belanghebbende). Wil regeling. Aangegeven dat zonder zekerheid geen regeling mogelijk is. Heeft grote debiteuren. Jaarstukken opgevraagd, evenals liq prognose en deb/cred lijst. (…) Gewezen op betonmacht maar was op de hoogte. (…)
(…)
De betalingen zijn allen afgeboekt op de enkelvoudige belasting. De verminderingen zijn als volgt verwerkt. 3 x € 2.180 is afgeboekt van de enkelvoudige belasting, de overige kleine bedragen van de boete.”
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
De aansprakelijkstelling voor de boetes, kosten en de invorderingsrente (ook de na 1 mei 2011 belopen invorderingsrente) dient volledig te vervallen. Het Hof zal beslissen als hieronder weergegeven.
5.Kosten
6. Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, doch uitsluitend wat betreft de beslissing inzake het vast te stellen bedrag van de aansprakelijkstelling;
- vermindert de beschikking aansprakelijkstelling tot een bedrag van € 30.328 en verstaat dat belanghebbende niet aansprakelijk wordt gesteld voor de met ingang van 1 mei 2010 verschuldigde invorderingsrente ter zake van de belastingaanslagen waarvoor hij aansprakelijk is gesteld;
- veroordeelt de ontvanger in de proceskosten in hoger beroep van belanghebbende tot een bedrag van € 1.416; en
- gelast de ontvanger aan belanghebbende het door hem in hoger beroep betaalde griffierecht van € 115 te vergoeden.