ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5345
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J. Leijdekker
- F.J.P.M. Haas
- A.O. Lubbers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing stakingswinst verkoop bouwkavels na staking onderneming
Belanghebbende had een agrarisch bedrijf binnen een gebied dat bestemd werd voor woningbouw. Eind 2006 werd de onderneming gestaakt en werden bouwvergunningen verkregen voor vier kavels, waarvan drie in 2007 werden verkocht.
De inspecteur had de verkoopopbrengst van de drie kavels in 2007 belast als winst uit onderneming, terwijl belanghebbende betoogde dat deze winst al in 2006 als stakingswinst had moeten worden meegenomen. Het geschil betrof of de kavels na staking verplicht tot het ondernemingsvermogen bleven behoren.
Het hof oordeelde dat de kavels inderdaad tot het ondernemingsvermogen bleven behoren in afwachting van verkoop, gelet op de overeenkomsten en feiten, waaronder de intentie om te verkopen en de taxatie. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de gezamenlijke taxatie geen bindende afspraken over overbrenging naar privé bevatte.
Het hof bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat de verkoop terecht in 2007 is belast als winst uit onderneming. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 7 maart 2013.
Uitkomst: De verkoop van de drie bouwkavels in 2007 is terecht belast als winst uit onderneming omdat de kavels tot het ondernemingsvermogen bleven behoren.