ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5347
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over weigering persoonsgebonden aftrek gift aan stichting
Belanghebbende maakte in haar aangifte inkomstenbelasting 2007 een gift van €5.000 aan een stichting als persoonsgebonden aftrekpost geltend. De inspecteur weigerde deze aftrekpost omdat belanghebbende niet kon aantonen dat de gift daadwerkelijk in 2007 was gedaan en dat het bedrag schriftelijk was gestaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en voegde ten onrechte haar zaak samen met die van een andere belanghebbende. Het Hof corrigeerde dit door de zaken te splitsen en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de gift niet in aanmerking kon worden genomen.
Belanghebbende overlegd een bankafschrift met een geldopname van €5.000 in juli 2006, maar faalde erin aan te tonen dat dit bedrag daadwerkelijk in 2007 aan de stichting was geschonken. Het Hof oordeelde dat dit onvoldoende bewijs was en dat het niet aannemelijk was dat het geld ruim vijf maanden later werd geschonken.
Ook was er geen sprake van een gerechtvaardigd vertrouwen dat de inspecteur de gift zonder schriftelijke bescheiden zou accepteren. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De gift van €5.000 aan de stichting wordt niet als persoonsgebonden aftrekpost erkend wegens onvoldoende bewijs.