ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ6103
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vermogensetikettering praktijkpand en vergrijpboete inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende oefent sinds 1979 een tandartsenpraktijk uit in een pand met woon- en praktijkgedeelte. In de aangifte inkomstenbelasting 2001 was de keuze gemaakt om het woongedeelte van het praktijkpand tot privévermogen te rekenen, maar belanghebbende is in hoger beroep teruggekomen op deze keuze en handhaaft dat het woongedeelte tot het ondernemingsvermogen behoort.
De inspecteur had een aanslag opgelegd gebaseerd op een hogere waarde van het woongedeelte en een vergrijpboete. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank de boetebeschikking. In hoger beroep is alleen nog de proceskostenveroordeling en het recht op immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in geschil.
Het hof stelt het belastbaar inkomen vast op € 120.154 en vermindert de boete tot nihil. Het hof veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en heropent het onderzoek voor een nadere uitspraak over immateriële schadevergoeding. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, behoudens de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, vermindert de aanslag en boete tot nihil, en heropent het onderzoek voor immateriële schadevergoeding.