ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ6776
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.F. Faase
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over landbouwvrijstelling bij onttrekking bouwkavel aan ondernemingsvermogen
Belanghebbende, een landbouwer met een melkveehouderij en vleesvarkenshouderij, verplaatste zijn onderneming in 1999 naar een nieuwe locatie waar hij een bouwkavel ontving. Deze kavel werd direct tot het privévermogen gerekend nadat een bouwvergunning was verleend. De kern van het geschil betrof de waardering van deze bouwkavel bij verkrijging en de toepassing van de landbouwvrijstelling op de winst bij onttrekking.
De rechtbank en het gerechtshof Arnhem hadden de aanslag inkomstenbelasting over 1999 op basis van een lagere waarde van de bouwkavel vastgesteld, maar de Hoge Raad vernietigde deze uitspraken en verwees de zaak terug voor nader onderzoek. Het Gerechtshof Amsterdam stelde vast dat de initiële activeringswaarde van de bouwkavel lager kon zijn dan de onttrekkingswaarde, maar dat dit niet tot een nadere waardering hoefde te leiden omdat de landbouwvrijstelling van toepassing was.
Het Hof volgde de uitleg van de Hoge Raad dat het gelijkheidsbeginsel geldt voor agrarische ondernemers die bouwkavels onttrekken, ongeacht de datum van onttrekking. Dit leidde tot het oordeel dat de winst uit onttrekking onder de landbouwvrijstelling valt, waardoor de aanslag werd verminderd tot nihil en het verlies over 1999 werd vastgesteld. Tevens werden de proceskosten en griffierechten aan belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1999 wordt verminderd tot nihil omdat de onttrekkingswinst van de bouwkavel onder de landbouwvrijstelling valt.