ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1698
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over naheffingsaanslag omzetbelasting en boetes bij tuincentrum
Belanghebbende exploiteert sinds 2003 een tuincentrum en kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 2003-2005, inclusief boetes wegens grove schuld en (voorwaardelijk) opzet. De kern van het geschil betrof de splitsing van de omzet in laag en hoog tarief voor de omzetbelasting, waarbij belanghebbende een mengpercentage gebruikte dat niet volgens de forfaitaire methode was toegepast.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de boetes verminderd. De inspecteur ging hiertegen in hoger beroep. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de gehanteerde splitsing juist was en dat de inspecteur terecht uitging van de kassaregistraties en vergelijkbare bedrijven. Wel was sprake van door de Belastingdienst gewekt vertrouwen dat de resultaten van een later ingevoerde stickermethode als basis konden dienen voor de omzetsplitsing, waardoor de naheffingsaanslag verminderd moest worden.
Daarnaast bevestigde het Hof dat belanghebbende grove schuld had aan het te laag aangeven van omzetbelasting en dat de opgelegde boetes passend waren, maar matigde deze met 22,5% wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze niet de proceskosten en griffierecht betrof, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de naheffingsaanslag en boetes worden verminderd, en de inspecteur wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.