ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3294
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over belastingheffing en boeten handel in qat
Belanghebbende heeft in de jaren 2003, 2004 en 2005 inkomsten genoten uit de aan- en verkoop van qat, hetgeen niet volledig is aangegeven in zijn belastingaangiften. Uit strafrechtelijk onderzoek, waaronder telefoontaps en administratie van een qat-groothandelaar, blijkt dat belanghebbende qat heeft ingekocht en verhandeld. De inspecteur heeft de niet aangegeven inkomsten als resultaat uit overige werkzaamheden aangemerkt en navorderingsaanslagen opgelegd met vergrijpboeten.
De rechtbank heeft de beroepen van belanghebbende tegen deze aanslagen en boeten ongegrond verklaard, maar de boeten verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het Gerechtshof Amsterdam bevestigt dat belanghebbende heeft gehandeld in qat en dat de inspecteur de inkomsten terecht als belastbaar inkomen heeft aangemerkt. De bewijslast voor lagere aanslagen rust op belanghebbende, die dit niet overtuigend heeft kunnen aantonen.
Het hof vermindert de belastingaanslagen en boeten conform een door de inspecteur herziene berekening, waarbij het eigen gebruik van qat is aangepast. De vergrijpboeten worden vastgesteld op 50% van de grondslag, verminderd tot 85% vanwege termijnoverschrijding. Tevens veroordeelt het hof de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Belastingaanslagen en boeten worden verminderd conform herberekening van de inspecteur, met bevestiging van handel in qat en opzet.