ECLI:NL:GHAMS:2014:1132
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- P.W.A. van Geloven
- M. Kremer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verjaring vernietigingsrecht effectenleaseovereenkomsten op grond van artikel 1:89 BW
In deze zaak staat centraal of de echtgenote van appellant tijdig bekend was met het bestaan van twee effectenleaseovereenkomsten, zodat het beroep op vernietiging op grond van artikel 1:89 BW Pro niet was verjaard. Appellant had de overeenkomsten gesloten zonder schriftelijke toestemming van zijn echtgenote, die later de nietigheid van de overeenkomsten inroept.
De kantonrechter had het verweer van Dexia gehonoreerd dat de echtgenote eerder dan drie jaar voor het beroep op nietigheid bekend was met de overeenkomsten, waardoor het vernietigingsrecht was verjaard. Het hof oordeelde echter dat appellant deze stellingen voldoende had betwist en dat Dexia bewijs mocht leveren over de vroegere bekendheid van de echtgenote.
Het hof verduidelijkte dat de verjaringstermijn begint te lopen vanaf het moment dat de echtgenoot daadwerkelijk met het bestaan van de overeenkomst bekend is, niet vanaf het moment dat de juridische kwalificatie bekend is. Dexia kreeg de opdracht bewijs te leveren, onder meer via getuigenverhoor, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof staat Dexia toe bewijs te leveren over eerdere bekendheid van de echtgenote met de leaseovereenkomsten en houdt verdere beslissing aan.