ECLI:NL:GHAMS:2014:1588
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag en boete motorrijtuigenbelasting bij gebruik weg tijdens schorsing
Belanghebbende is door de inspecteur een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een boete opgelegd wegens het gebruik van een auto tijdens een periode van schorsing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het geschil betreft de rechtmatigheid van de naheffingsaanslag en boete, met name de toepassing van artikel 35 van Pro de Wet MRB en de vermeende strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Belanghebbende betoogde dat de regeling zonder tegenbewijsregeling een onredelijke inbreuk op eigendomsrechten vormt.
Het hof overweegt dat de regeling een legitiem doel dient, namelijk het voorkomen van misbruik en fraude, en dat de belastingheffing als regulering van eigendom binnen de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever valt. De Hoge Raad heeft bevestigd dat artikel 35 Wet Pro MRB niet gebaseerd is op een fictie van gebruik gedurende alle vier tijdvakken, maar een praktische regeling is voor bewijsproblemen.
De boete van 100% is terecht opgelegd omdat belanghebbende niet aan de schorsingsvoorwaarden voldeed en geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het vonnis van de rechtbank, zonder kostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en boete worden bevestigd.