Uitspraak
mr. .J.P. van Vulpente [vestigingsplaats].
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Appellanten zijn in eerste aanleg afgewezen in hun verzoek tot opheffing van hun faillissementen onder toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank oordeelde dat zij nieuwe schulden hadden laten ontstaan en onvoldoende medewerking hadden verleend.
In hoger beroep stelden appellanten dat hun schulden voortkwamen uit baanverlies en gedwongen verkoop van hun woning met verlies. Na faillissementsuitspraak waren bankrekeningen geblokkeerd, wat leidde tot nieuwe schulden die zij met betalingsregelingen trachtten af te wikkelen. Zij betwistten ontrouw en gaven aan gemotiveerd te zijn de schuldsaneringsregeling na te leven.
De curator bevestigde dat de nieuwe schulden gering waren en dat appellanten hun informatieverplichting verbeterd hadden. Het hof oordeelde dat appellanten te goeder trouw waren, ook ten aanzien van de nieuwe schulden die voortkwamen uit de blokkade van rekeningen. Gezien hun motivatie en bereidheid tot verhuizing en werk zoeken, wees het hof het verzoek toe en vernietigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot omzetting van faillissementen in de wettelijke schuldsaneringsregeling toe en heft de faillissementen op.