Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
25 februari 2014
mr. J.C.R. de Lyonte [vestigingsplaats].
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van een schuldenaar tegen de tussentijdse beëindiging van haar schuldsaneringsregeling door de rechtbank. De schuldenaar had een WWB-uitkering ontvangen en daarnaast inkomsten uit arbeid, waarvan de gemeente later een terugvordering deed wegens onrechtmatige bijstand.
De schuldenaar betwistte de hoogte van de schuld en stelde dat deze schuld niet als nieuwe schuld mocht worden aangemerkt, verwijzend naar een arrest van de Hoge Raad over terugvordering van WW-uitkeringen. Het hof oordeelde echter dat de terugvordering van de WWB-uitkering pas met het terugvorderingsbesluit ontstond en dat dit niet vergelijkbaar is met de WW-uitkering.
Gezien de omvang van de schuld en het feit dat de schuldenaar niet te goeder trouw was, concludeerde het hof dat zij haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren was nagekomen. Dit rechtvaardigde de tussentijdse beëindiging van de regeling zonder schone lei, waarmee het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigde.
Uitkomst: De tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei wordt bekrachtigd vanwege het ontstaan van een nieuwe schuld door terugvordering van de WWB-uitkering.