ECLI:NL:GHAMS:2014:1856
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen schadevergoeding voor beroepsfout belastingadviseur bij niet tijdig bezwaar navorderingsaanslagen
De appellant, die samen met zijn echtgenote een vennootschap onder firma drijft, stelde Ypenburg aansprakelijk wegens een beroepsfout door het niet tijdig indienen van bezwaar tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over 2005. De belastingdienst had de winstverdeling van 65% voor appellant en 35% voor zijn echtgenote niet geaccepteerd en een boekenonderzoek ingesteld. De rechtbank wees de vordering af omdat niet was aangetoond dat zonder de beroepsfout de navorderingsaanslagen niet zouden zijn opgelegd.
In hoger beroep bevestigt het hof dat Ypenburg inderdaad een beroepsfout heeft gemaakt door het niet tijdig indienen van bezwaar. Echter, appellant slaagt er niet in aannemelijk te maken dat de navorderingsaanslagen, boetes en rente over 2005 zonder deze fout niet zouden zijn opgelegd. De belastingrechter had eerder het bezwaar over 2003 ongegrond verklaard op grond van het vermoeden dat de winstverdeling niet zakelijk was, en appellant heeft geen feiten aangevoerd die het vermoeden voor 2005 zouden ontzenuwen.
Het beroep op de omkeringsregel faalt omdat het risico op schade weliswaar door de beroepsfout is ontstaan, maar niet aannemelijk is dat dit risico zich ook heeft verwezenlijkt. De vordering tot schadevergoeding en verklaring voor recht wordt daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Ypenburg niet aansprakelijk is voor schade door niet tijdig bezwaar maken tegen navorderingsaanslagen 2005.