ECLI:NL:GHAMS:2014:2518
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam dat hun verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling afwees. Zij stelden dat hun schulden deels voortkwamen uit een misverstand over bijstandsuitkeringen en deels uit de gokverslaving van appellant. Sinds 2014 ontvangen zij begeleiding en staan onder beschermingsbewind.
Het hof oordeelt dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij te goeder trouw zijn geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van hun schulden. Met name de schuld aan de Dienst Werk en Inkomen is ontstaan door het niet tijdig informeren over samenwoning, wat een wettelijke inlichtingenplicht schendt. Daarnaast zijn grote schulden ontstaan door de gokverslaving van appellant.
Het beroep op de hardheidsclausule wordt verworpen omdat de situatie van appellanten nog onvoldoende gestabiliseerd is. De gokverslaving is nog niet volledig onder controle en een premature toelating kan leiden tot tussentijdse beëindiging van de regeling zonder schone lei.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af. Appellanten kunnen op termijn een nieuw verzoek indienen wanneer hun situatie voldoende is gestabiliseerd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling af wegens gebrek aan goede trouw.