ECLI:NL:GHAMS:2014:3735
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schorsing gerechtsdeurwaarders wegens buitensporige executiekosten en onrechtmatig beslagleggen
De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) klaagde dat twee gerechtsdeurwaarders buitensporige executiekosten rekenden en stelselmatig ambtshandelingen verrichtten die gericht waren op het verhogen van die kosten. Het hof bevestigde dat er geen deugdelijke grondslag was voor in rekening gebrachte ontruimingskosten en dat de gerechtsdeurwaarders zich niet hielden aan wettelijke bepalingen over overbetekening van beslagen.
Uit een onderzoek door het Bureau Financieel Toezicht (BFT) bleek dat in veel dossiers onnodige kosten werden gemaakt, dat overbetekening van bankbeslagen vaak achterwege bleef en dat er structureel vrijwel gelijktijdig beslag onder meerdere banken werd gelegd. De gerechtsdeurwaarders erkenden deze werkwijze, maar konden onvoldoende onderbouwen dat dit niet onredelijk was.
Het hof oordeelde dat deze handelswijze in strijd was met de gedragsregels en het vertrouwen in het ambt schaadde. Daarom werd de eerder opgelegde schorsing vernietigd en vervangen door een schorsing van vijf maanden voor de eerste gerechtsdeurwaarder en twee maanden voor de tweede, ingaande 15 september 2014.
Uitkomst: De gerechtsdeurwaarders kregen schorsingen van vijf respectievelijk twee maanden opgelegd wegens buitensporige executiekosten en onrechtmatig beslagleggen.