ECLI:NL:GHAMS:2014:4779
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating tegenbewijs bij bewijsvermoeden omtrent kennis leaseovereenkomst en ontvangst vernietigingsbrief
In deze civiele procedure in hoger beroep bevestigt het Gerechtshof Amsterdam het tussenarrest van januari 2014 en behandelt het de bewijsopdracht omtrent de kennis van de leaseovereenkomsten door de echtgenote van appellanten. Het hof stelt vast dat appellanten tijdig een rechtsgeldige opt-out verklaring hebben ingediend en dat de verjaringstermijn aanvangt op het moment dat de echtgenote daadwerkelijk met het bestaan van de overeenkomst bekend werd.
Het hof overweegt dat het bewijsvermoeden dat de echtgenote eerder dan drie jaar voor de vernietigingsbrieven kennis had van de leaseovereenkomsten is gebaseerd op betalingen vanaf een en/of-rekening. Appellanten krijgen de gelegenheid om tegenbewijs te leveren tegen dit vermoeden. Tevens wordt appellanten toegestaan bewijs te leveren dat Dexia de vernietigingsbrief van 26 mei 2005 daadwerkelijk heeft ontvangen, aangezien enkel het verzendbewijs daarvoor onvoldoende is.
Het hof wijst op eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is bevestigd dat voor het aanvangsmoment van de verjaringstermijn niet vereist is dat de echtgenote bekend was met de juridische kwalificatie van de overeenkomst, maar slechts met het bestaan ervan. De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering, waaronder getuigenverhoor, en verwezen naar een rolzitting voor planning van de procedure.
Uitkomst: Appellanten worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen het bewijsvermoeden en tot het leveren van bewijs omtrent ontvangst van de vernietigingsbrief; verdere beslissing wordt aangehouden.