ECLI:NL:GHAMS:2014:4794
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing concurrentiebeding wegens onbillijke benadeling werknemer
In deze zaak vordert de werknemer schorsing van het concurrentiebeding dat in zijn arbeidsovereenkomst was opgenomen, omdat hij na beëindiging van zijn dienstverband belemmerd wordt in zijn mogelijkheden op de arbeidsmarkt. De werkgever, Deltacell B.V., is een klein biotechbedrijf dat haar activiteiten staakt en geen concreet belang meer heeft bij handhaving van het beding.
De kantonrechter heeft het concurrentiebeding en het daaraan gekoppelde boetebeding geschorst, omdat aannemelijk is dat het beding in een bodemprocedure zal worden gematigd of vernietigd. Het hof onderzoekt in hoger beroep of deze voorlopige beslissing standhoudt.
Het hof overweegt dat de werknemer door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld, mede gelet op zijn leeftijd, het ontbreken van een baan en de krappe arbeidsmarkt. De werkgever heeft geen reëel belang meer bij handhaving van het beding, nu de bedrijfsactiviteiten zijn gestaakt en er geen lopende onderhandelingen zijn die door het beding worden beschermd.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt Deltacell in de proceskosten van het hoger beroep. Daarmee wordt bevestigd dat het concurrentiebeding voorlopig geschorst blijft in afwachting van de bodemprocedure.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de schorsing van het concurrentiebeding en veroordeelt Deltacell in de proceskosten van het hoger beroep.