ECLI:NL:GHAMS:2014:4801
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing concurrentiebeding na boventalligverklaring en bedrijfssluiting
In deze civiele zaak stond de geldigheid en schorsing van een concurrentiebeding centraal na het ontslag van [appellant] bij Deltacell, een klein biotechbedrijf dat haar activiteiten staakte. [appellant] was sinds 2003 in dienst en werd boventallig verklaard toen Deltacell haar bedrijfsactiviteiten beëindigde. Hij vorderde schorsing van het concurrentiebeding of een vergoeding wegens de belemmering op de arbeidsmarkt.
De kantonrechter had het concurrentiebeding geschorst omdat Deltacell geen redelijk belang bij handhaving kon aantonen, gezien het feit dat de onderneming niet meer actief was en geen omzet genereerde. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het concurrentiebeding waarschijnlijk in een bodemprocedure geheel of gedeeltelijk vernietigd zal worden wegens onbillijke benadeling van [appellant].
Het hof nam mee dat [appellant] financieel getroffen was, een WW-uitkering ontving en dat zijn kansen op de arbeidsmarkt door het concurrentiebeding sterk werden beperkt, mede vanwege zijn leeftijd en verouderde kennis. Deltacell kon geen concreet belang bij handhaving aantonen, ondanks lopende onderhandelingen over overname. Het hoger beroep van Deltacell werd afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd, met veroordeling van Deltacell in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de schorsing van het concurrentiebeding en veroordeelt Deltacell in de proceskosten van het hoger beroep.