Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
(Hof: nr. [...])is afgegeven door het “Ministry of International Trade and Industry” (hierna: MITI) van Maleisië
.Op het Form A staat [naam Exporteur X], Maleisië, als exporteur vermeld. Volgens de aangifte en de bij de aangifte overgelegde bill of lading zijn de fietsen vervoerd per containers met de nummers OOLU8132572, OOLU8218850, OOLU8326109 en OOLU5775620. Volgens de bill of lading zijn de containers verscheept vanuit Penang in Maleisië.
(Hof: nr. [...])is afgegeven door MITI van Maleisië
.Op het Form A staat [naam Exporteur X], Maleisië, als exporteur vermeld. Volgens de aangifte en de bij de aangifte overgelegde bill of lading zijn de fietsen vervoerd per containers met de nummers CAXU9097045, OOLU8087112, WLNU9903268, CRXU9517420, OOLU8293242 en OOLU8120479. Volgens de bill of lading zijn de containers verscheept vanuit Penang in Maleisië.
.
3. Transhipment frauds through the (…) Penang Free Zones
data received from both the Free Zonesconfirmed that many of the companies under verification were also involved in transhipment activities with bicycles from China (…) to the EC Community.
authorities have also shown a large transhipment fraud by other companies operating in Penang. In particular they show that the following companies had imported from China (ZB1 files) many consignments of bicycles of China origin, which were declared as ‘trading/transit’. These consignments have been possibly re-exported to the EC with GSP Forms A issued by MITI Penang, on the basis of incorrect information submitted by the exporters.
(Hof: Interim Case Report)van de OLAF van 5 mei 2010 is onder meer het volgende opgenomen:
3. Further assistance from the Malaysian authorities
4.Ad-Hoc meeting in Brussels
Information provided by the Malaysian authorities
loaded in China, before going to Malaysia for the transhipments operations.
7.Conclusions
8.Concluding remarks
4.5. Information from the Free Zones
Statement
3.Geschil in hoger beroep
4.De overwegingen van de rechtbank
Ingevolge artikel 220, tweede lid, sub b, derde alinea, van het CDW, wordt de afgifte van een onjuist certificaat echter niet als vergissing aangemerkt wanneer het certificaat is gebaseerd op een onjuiste weergave van de feiten door de exporteur, behalve indien met name de instanties die het certificaat afgaven klaarblijkelijk wisten of hadden moeten weten dat de goederen niet voor preferentiële behandeling in aanmerking kwamen
.