Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep, met nakosten en rente.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Randstad terecht mocht vertrouwen op betalingen die door [appellante] waren verricht via een derde, [X], die frauduleus handelde. Randstad had een factuur gestuurd aan [bedrijf], maar de betalingen kwamen van de bankrekening van [appellante]. [Appellante] stelde dat de betalingen onverschuldigd waren omdat zij niet de bedoeling had om voor [bedrijf] te betalen.
De rechtbank oordeelde dat de betaling door [appellante] moest worden aangemerkt als rechtsgeldig, mede omdat [X] gemachtigd was om betalingen namens haar te doen en Randstad geen aanwijzingen had dat de betaling niet bedoeld was als voldoening van de schuld van [bedrijf]. Het hof onderschreef dit oordeel en benadrukte dat Randstad gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de schijn van betaling door [appellante].
De grieven van [appellante] tegen de uitleg van artikel 6:114 BW Pro, de toerekening van het handelen van [X], en de onderzoeksplicht van Randstad faalden. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde [appellante] in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van [appellante] tot terugbetaling af.