Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
STICHTING DELTA PSYCHIATRISCH CENTRUM,
Gerechtshof Amsterdam
Werknemer was van mei 1978 tot november 2005 in dienst bij Delta als wasserijmedewerker. Na een ontslagvergunning werd zijn arbeidsovereenkomst opgezegd. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege de gevolgen voor werknemer en kende een vergoeding van €15.000 toe.
In hoger beroep stelde werknemer dat de vergoeding te laag was, gezien zijn lange dienstverband, leeftijd en psychiatrische behandeling voorafgaand aan het ontslag. Delta betwistte het kennelijk onredelijk ontslag en stelde een lagere vergoeding voor. Het hof Den Haag had eerder de vergoeding vastgesteld op €10.100, maar de Hoge Raad vernietigde dit vanwege een onjuiste rechtsopvatting.
Na verwijzing oordeelt het hof Amsterdam dat het ontslag kennelijk onredelijk blijft en dat werknemer recht heeft op een schadevergoeding van €12.000 bruto, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 november 2005. Het hof weegt mee dat werknemer bijna 53 jaar was, 27 jaar dienstverband had en moeilijk nieuw passend werk zou vinden, maar ook dat het ontslag mede te wijten was aan zijn houding en gedrag. Immateriële schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis behalve het deel over proceskosten, veroordeelt Delta tot betaling van de schadevergoeding en bepaalt dat partijen hun eigen kosten van het incidentele beroep dragen. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het gerechtshof veroordeelt Delta tot betaling van een schadevergoeding van €12.000 bruto, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 november 2005.