Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 14.157 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- vermindert de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat de boete moet worden vastgesteld op 50% van het op grond van deze uitspraak na te vorderen bedrag;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 1.319;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 42 vergoedt.
2.Feiten
jr Bedrag
1.196,88”
3.Het oordeel van de rechtbank
In de wetsgeschiedenis is hieromtrent het volgende vermeld:
(Rb: thans artikel 3.91), opgenomen uitbreiding van het begrip werkzaamheid met het productief maken of vervreemden van een auteursrecht in haar geheel overbodig is, nu het productief maken en vervreemden van auteursrechten kof octrooirechten door de auteur of de uitvinder zelf reeds een schoolvoorbeeld zijn van wat tot het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden moet worden gerekend.”
contantaan eiseres ter hand heeft gesteld. Een dergelijke handelwijze is zeer ongebruikelijk. Eiseres heeft daarover ter zitting niets willen verklaren. Daarmee staat niet vast dat het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte de aanleiding is geweest voor de handelwijze. Die kan immers ook op een ander terrein hebben gelegen. De rechtbank acht de handelwijze van eiseres ten aanzien van de ontvangst van de inkomsten echter wel zo ongebruikelijk terwijl het zo evident is dat de exploitatie van een auteursrecht een bron van inkomen kan vormen, dat zonder toereikende verklaring van de zijde van eiseres voor voornoemde gang van zaken, de rechtbank verweerder erin geslaagd acht aannemelijk te maken dat eiseres willens en wetens het risico heeft aanvaard dat zij een onjuiste aangifte zou doen door het ontvangen bedrag niet in de aangifte op te nemen en zonder dat zij zich daarover heeft laten informeren.
4.Geschil in hoger beroep
5.Beoordeling van het geschil
6.Kosten
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank doch uitsluitend voor zover daarin is bepaald dat de boete moet worden vastgesteld op 50% van het op grond van de uitspraak van de rechtbank na te vorderen bedrag;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige;
- handhaaft de boete zoals die ambtshalve is verminderd tot € 771;
- veroordeelt de inspecteur in de door belanghebbende in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte kosten voor een bedrag van €1.826;
- gelast de inspecteur het door belanghebbende voor het instellen van het hoger beroep betaalde griffierecht van € 115 te vergoeden.