ECLI:NL:GHAMS:2015:1316
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van terecht in rekening gebrachte invorderingskosten bij voorlopige aanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de in rekening gebrachte kosten voor aanmaning en dwangbevel bij een niet-betaalde voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2012. Hij stelde dat hij tijdig uitstel van betaling had verzocht, wat de ontvanger betwistte.
Het hof stelde vast dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat het verzoek om uitstel daadwerkelijk was ontvangen door de ontvanger. Het vermoeden van ontvangst werd door de ontvanger succesvol betwist, en belanghebbende leverde geen aanvullend bewijs.
Daarom was het terecht dat de ontvanger overging tot dwanginvordering en kosten in rekening bracht. De latere vermindering van deze kosten tot nihil werd niet gezien als een herroeping wegens onrechtmatigheid van de ontvanger.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van gelijke gevallen met begunstigend beleid.
Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder kostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; de invorderingskosten zijn terecht in rekening gebracht.