Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[naam VOF],
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak gaat het om een geschil tussen [appellant 1] en [naam VOF] over de vraag of na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst en stopzetting van werkzaamheden nog aanspraak kan worden gemaakt op een contractuele garantie van tien jaar. [appellant 1] had een aannemingsovereenkomst gesloten voor woningverbouwing, maar de werkzaamheden werden in 2007 gestaakt vanwege onbetaalde facturen.
Partijen sloten eind 2008 een vaststellingsovereenkomst waarbij een bindend adviseur werd benoemd om de financiële afwikkeling te bepalen. In deze overeenkomst werd finale kwijting gegeven en afstand gedaan van verdere gerechtelijke procedures. De werkzaamheden waren niet opgeleverd en werden door een derde afgemaakt.
[appellant 1] stelde [naam VOF] aansprakelijk voor later ontdekte gebreken die niet uit het bindend advies voortvloeiden. Het hof oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst een nieuwe rechtspositie creëerde waarbij de garantie niet langer van toepassing is op niet-voltooide werkzaamheden. De garantie geldt immers alleen voor opgeleverde werkzaamheden. Het beroep op de garantie faalde, en het hof bekrachtigde het vonnis dat de vorderingen van [appellant 1] afwees.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen af omdat de garantie niet geldt voor niet-voltooide werkzaamheden na vaststellingsovereenkomst.